top of page

Contract manufacturer: dit verwacht een OEM van jou binnen de Machineverordening

  • Foto van schrijver: Jasper Admiraal
    Jasper Admiraal
  • 23 apr
  • 6 minuten om te lezen

Als contract manufacturer bouw je vaak wat een ander heeft bedacht. Je krijgt tekeningen, specificaties, soms een prototype. Je taak is om dat te realiseren, volgens spec, op tijd, binnen budget. De machine zelf gaat naar je klant, meestal een OEM die jouw (sub)assembly verwerkt in een eindproduct.


Juridisch gezien ben jij als build-to-print contract manufacturer geen fabrikant. Je brengt niets in de handel onder eigen naam. De CE-verantwoordelijkheid ligt bij de OEM. Dat betekent dat de strenge documentatieverplichtingen uit de Machineverordening niet direct op jou van toepassing zijn.


Maar dat betekent niet dat documentatie irrelevant is. Integendeel: De OEM moet kunnen aantonen dat hun machine veilig is. En een deel van dat bewijs ligt bij jou: heb je gebouwd volgens spec? Voldoen de materialen? Zijn de testen uitgevoerd? Zonder dat bewijs kan de OEM het technisch dossier niet afronden. En vanaf januari 2027 wordt die eis explicieter.


Wat heeft je klant nodig binnen de Machineverordening?

De OEM draagt de CE-verantwoordelijkheid voor de complete machine. Dat betekent: een technisch dossier waarin staat hoe de machine is ontworpen, welke risico's zijn geïdentificeerd, hoe die zijn aangepakt, en welke normen zijn gevolgd. Als jouw subassembly daar onderdeel van is, moet de OEM kunnen aantonen dat die subassembly voldoet.


Dat betekent niet dat jij een volledige montagehandleiding volgens de Machineverordening moet leveren. Dat is alleen verplicht als je zelf fabrikant bent van een niet-voltooide machine, bijvoorbeeld als je standaard subassemblies onder eigen naam aanbiedt. Als build-to-print contract manufacturer werk je volgens de specificaties van de OEM. De eindverantwoordelijkheid ligt dus bij hen.

Maar de OEM kan die verantwoordelijkheid alleen dragen als jij kunt aantonen dat je goed hebt geleverd. Dat vraagt om bewijs.


In de praktijk betekent dit:


Conformiteit aan specificaties: je hebt gebouwd volgens de tekeningen en specificaties die je OEM heeft aangeleverd. Afmetingen kloppen, toleranties zijn gehaald, materialen zijn zoals afgesproken. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar kun je het ook aantonen? Met meetrapporten, materiaaldocumenten, foto's van kritieke onderdelen?


Testresultaten: als er functionele testen zijn afgesproken, moeten die zijn uitgevoerd en gedocumenteerd. Drukproeven, functietesten, elektrische metingen. De OEM moet kunnen zien dat het werkt zoals bedoeld.


Materiaalcertificaten: voor veel toepassingen zijn materiaaleigenschappen kritiek. Denk aan sterkte, corrosiebestendigheid, temperatuurbestendigheid. Als de OEM een bepaald materiaal heeft voorgeschreven, moet je kunnen aantonen dat je dat materiaal ook echt hebt gebruikt, bijvoorbeeld met certificaten van de leverancier.


Afwijkingen en wijzigingen: als er tijdens de productie iets is afgeweken van de originele specificatie, moet dat gedocumenteerd zijn. De OEM moet weten wat er is veranderd en waarom, zodat ze kunnen beoordelen of dat impact heeft op het ontwerp of op de risicobeoordeling.


Dit is geen nieuwe eis, maar de lat voor het technisch dossier gaat omhoog, en daarmee ook de verwachting van wat jij als contract manufacturer moet kunnen leveren.


Waarom procesdocumentatie toch belangrijk is

Als je kunt laten zien hoe je hebt gebouwd, in welke volgorde en welke controles je hebt gedaan, dan heb je automatisch het bewijs dat de OEM nodig heeft. Je hoeft niet achteraf iets te reconstrueren, want je hebt het al vastgelegd terwijl je het deed.


Dit heeft meerdere voordelen:


Voor je OEM: die krijgt inzicht in hoe jouw subassembly is gebouwd. Dat geeft inzicht in verbeterpotentieel. En als er later iets fout gaat, of als er reserve-onderdelen geleverd moeten worden, weten ze wat er is gebeurd.


Voor jezelf: je hebt traceerbaarheid. Als een klant over drie maanden belt met een vraag over een levering, kun je precies terugzoeken hoe je het toen hebt gedaan. Dat scheelt tijd en voorkomt fouten.


Voor je kwaliteit: als je je proces vastlegt, zie je patronen. Waar loop je vaak tegenaan? Wat gaat vaak mis? Welke stappen zijn kritiek? Die inzichten kun je gebruiken om je proces te verbeteren.


Voor nieuwe operators: kennis zit vaak in hoofden. De operator die een bepaalde subassembly heeft gebouwd, weet hoe het moet. Maar als die weggaat, of als iemand anders het moet overnemen, is die kennis weg. Tenzij het ergens is vastgelegd.


De bedrijven die dit goed doen, zijn bedrijven die documenteren niet zien als nawerk maar als onderdeel van het werk. De operator die een subassembly maakt, legt op dat moment vast wat ze doen. Foto's van kritieke stappen, instellingen van apparatuur, testdata, etc. Dat wordt niet achteraf ingevuld, maar direct vastgelegd.


Wat vraagt de praktijk?

De vraag "wat moet ik leveren aan mijn OEM" heeft geen standaardantwoord. Het hangt af van wat je maakt, voor wie je het maakt, en wat er is afgesproken. Maar er zijn wel patronen:


Voor eenvoudige onderdelen (gefreesd, gedraaid, gelast) volstaat vaak een meetrapport. Afmetingen controleren, eventueel materiaaldocument erbij, klaar. De OEM weet wat het is en dat het voldoet aan de eisen.


Voor mechanische subassemblies (frames, ophangingen, bewegende constructies) wordt er al meer van je verwacht. Naast meetrapporten is vaak assemblagedocumentatie en een testrapport gewenst. De OEM wil weten dat het correct is gemonteerd en getest.


Voor besturingskasten en elektrische systemen kom je in een gebied waar veiligheid kritiek is. Niet alleen de bedrading en componenten, maar ook de software als die veiligheidsfuncties uitvoert. De OEM moet kunnen aantonen dat het systeem doet wat het moet doen, ook onder foutcondities. Dat vraagt om testprotocollen, configuratiebestanden, validatierapporten.


Voor mechatronische integratie of complexe automatisering kom je dicht bij wat de Machineverordening beschrijft voor niet-voltooide machines. Hier wordt het onderscheid tussen build-to-print en eigen ontwerp soms vaag. Als jij substantiële ontwerpkeuzes maakt, programmering doet, veiligheidsconcepten implementeert, dan ben je meer dan een loonwerker. Dan heb je ook meer documentatieverantwoordelijkheid.


Waar de grens precies ligt, is niet altijd scherp. Maar de richtlijn is simpel: als de OEM jouw documentatie nodig heeft om het eigen technisch dossier compleet te maken, dan moet je het leveren.


High-mix, low-volume: de uitdaging

Voor contract manufacturers die serieproductie draaien is documentatie relatief eenvoudig. Je maakt het één keer goed, test het, verbetert waar nodig, en daarna herhaal je. De documentatie is grotendeels hetzelfde voor elke batch.


Maar in de high tech sector zijn veel opdrachten high-mix, low-volume. Elke opdracht is uniek. Soms maak je maar één exemplaar. De volgende opdracht is weer anders. Andere klant, andere specificaties, andere configuratie.


Dat betekent dat je documentatie ook elke keer uniek is. Je kunt niet één keer investeren in een perfect document en dat daarna hergebruiken. Je moet steeds opnieuw vastleggen: wat heb ik dit keer gedaan? Welke materialen? Welke instellingen? Welke testen?


Digitaal bewaren, digitaal leveren

De Machineverordening staat digitale documentatie toe. Voor jou als CM betekent dit dat je niet per se papieren dossiers hoeft mee te sturen. Een link naar een beveiligde omgeving, een QR-code die naar documentatie verwijst: het mag allemaal. Mits de informatie toegankelijk, downloadbaar en afdrukkbaar is.

Maar let op: toegankelijk betekent niet "staat op mijn pc". Als je over twee jaar een vraag krijgt over een levering, moet je die documentatie nog kunnen vinden. Dat vraagt om structureel documentbeheer. Niet een wirwar van mappen met "manual_final_echt_nu_v3.pdf", maar een systeem waar je op kunt vertrouwen.


Hoelang moet je het bewaren? Formeel geldt de tien jaar bewaarplicht voor de fabrikant van de machine. Als build-to-print CM ben je dat niet. Maar toch is het verstandig om je documentatie te bewaren. Als er jaren later een incident is met een machine waarin jouw subassembly zit, wil je kunnen aantonen wat je hebt geleverd.


Bovendien: klanten komen terug. Een OEM die vijf jaar geleden een machine heeft laten bouwen, wil nu een vergelijkbare. Of een onderdeel vervangen. Of begrijpen waarom iets toen zo is gedaan. Als jij die informatie nog hebt, heb jij een streepje voor.


Wat kun je nu al doen?

De Machineverordening treedt in werking op 20 januari 2027, maar de verandering begint nu. Je OEM gaat scherper kijken naar wat je levert.


Kijk naar je laatste drie leveringen. Wat heb je aan documentatie meegestuurd? Was het compleet genoeg dat je OEM ermee verder kon? Of hebben ze moeten nabellen, dingen moeten aanvullen, zelf moeten uitzoeken hoe iets in elkaar zit?

Als het antwoord "navragen" is, dan weet je waar je moet beginnen. Begin eens bij je volgende opdracht. Wat kun je daarvan vastleggen terwijl je het maakt? Welke stappen zijn kritiek? Welke instellingen zijn belangrijk? Wat zou je OEM moeten weten?


Documentatie hoeft niet perfect te zijn om nuttig te zijn. Het moet kloppen, het moet bruikbaar zijn, en het moet er zijn als het nodig is.


Volgende blog: Start-ups en scale-ups: integreer de Machineverordening in je proces

bottom of page